Radboud Centrum Sociale Wetenschappen

Opleiders in Mens en Maatschappij

Huisfilosoof Jan Bransen Column #8 De makelaar en de docent

Wat delen de makelaar en de docent met elkaar? Volgens RadboudCSW-huisfilosoof prof. dr. Jan Bransen is dat veel meer dan dat je in eerste instantie zou verwachten. 

Door: JAN BRANSEN
Beeld: DUNCAN DE FEY

Jan BransenEr kan van alles misgaan als je een vergelijking maakt tussen een makelaar en een docent. De makelaar heeft immers een niet al te gunstig imago, zeker op dit moment niet nu in de Randstad de vraag naar betaalbare huizen zo verschrikkelijk veel groter is dan het aanbod. Slapend verdient hij zijn geld, bakken vol, zonder daar iets tegenover te stellen, behalve zijn onterechte monopolie op toegang tot het platform waarop koper en verkoper elkaar kunnen vinden. Specifieke deskundigheid lijkt hij niet nodig te hebben.

Toch zijn er drie punten waarop ik de vergelijking tussen docent en makelaar interessant vind. En leerzaam voor de docent.

1. Het gaat niet om hem

Op de eerste plaats is het interessant dat de makelaar geen leverancier is. Hij levert geen product. Je kunt natuurlijk zeggen dat hij een dienst verkoopt. Maar juist omdat het in zijn professie nadrukkelijk wel om het kopen en verkopen van een product gaat, een huis, wordt zijn eigen bijdrage nauwelijks beleefd als een significante waardevermeerdering. Hij brengt partijen bij elkaar, bemiddelt, verbindt, en verder blijft hij vooral op de achtergrond en laat de partijen van elkaar en met elkaar gelukkig worden. Het gaat niet om hem.

Ik zie hier goede mogelijkheden voor de docent om zich te ontdoen van de onmogelijke verantwoordelijkheid om een product te moeten leveren. Dat doet de docent namelijk niet. 

 

“Hij kan natuurlijk denken dat hij lesgeeft of kennis overdraagt, maar dan accepteert hij het zweet op de verkeerde rug. Als de student niet wil leren, kan de docent hoog of laag springen, maar dan gebeurt er niets.”

 

Dat heeft de personal trainer in de sportschool dan beter begrepen. Die maakt vanaf dag 1 duidelijk dat jij het zelf moet doen. Hij biedt jou een platform aan waar de luie versie van jouzelf, die dikkerd met te veel onverbrande lichaamsvetten, in contact wordt gebracht met de ijverige versie van jouzelf, dat fanatieke rolmodel dat bewegen wil. Hij doet zijn best om die twee elkaar te laten ontmoeten. Maar zij zullen élkaar een dienst moeten bewijzen. Hij staat erbij en kijkt ernaar.
 

2. Een goede docent is als een aankoopmakelaar

Makelaars heb je in twee soorten en dat is een tweede punt waarop de vergelijking interessant is. Er zijn verkoopmakelaars en aankoopmakelaars, makelaars die benaderd worden door huiseigenaren en makelaars die benaderd worden door woningzoekers. In de huidige markt, met veel vraag en weinig aanbod, wordt een makelaar het liefst benaderd door een verkopende partij. Hij hoeft als verkoopmakelaar immers niet veel te doen, misschien alleen zijn eigen lijstje woningzoekers door te nemen of een bevriende collega bellen. Radeloze woningzoekers zullen als bijen op de honing afkomen en blind te veel bieden.

Verkoopmakelaars lijken op docenten met een vaste baan werkzaam aan instellingen met te veel studenten. De methode is leidend. Of het didactisch allemaal deugt, is bijzaak. Er moet productie gedraaid worden. Kwaliteitseisen worden vervangen door rendementscijfers.

Maar de goede docent is vooral een aankoopmakelaar. Hij staat aan de kant van de student en zoekt mee naar het beste aanbod voor de leervraag die deze student wellicht nog niet eens zelf goed kan formuleren. Hij kent het aanbod en verkent de vraag, met toewijding.
 

3. Hoe de koop wordt gesloten

In die verkenning van de vraag komt de makelaar serieus tot zijn recht. Daar functioneert hij als een vroedvrouw, zoals die grote leermeester, Socrates, ooit zijn rol omschreef. De makelaar helpt een woningzoeker aan het verkennen van zijn woonwensen en probeert tot een programma van eisen te komen. Met dat eisenpakket in het achterhoofd verkent de makelaar met zijn opdrachtgever de markt. Wat is het aanbod? Hoe kunnen we de eisen op de markt met de mogelijkheden in overeenstemming brengen? Hoeveel tijd nemen we? Waar is er nog ruimte voor verdere gedachtevorming?
De docent doet iets vergelijkbaars. Hij biedt zijn studenten een platform waarop de verschillende partijen elkaar kunnen vinden. Aan de ene kant de onwetende, vragende versie van zijn studenten, soms gretig en leergierig, soms lui en gemakzuchtig, soms eerlijk, moedig en enthousiast. En aan de andere kant de succesvolle en ambitieuze versie van diezelfde studenten, soms overmoedig en arrogant, soms braaf en gedisciplineerd, soms eerlijk, moedig en enthousiast.
Als die twee versies elkaar vinden dan wordt er geleerd, fanatiek en hartstochtelijk geleerd. De docent staat erbij en kijkt ernaar. Hij stimuleert en moedigt aan. De koop wordt gesloten. Begrip geboren.
 

Jan Bransen